Logo van de Superprestige veldritcompetitie

De Superprestige eindigt al op 2 januari: wat betekent dat voor het veldrijden?

—

door

Over de redactie

in

Acht wedstrijden in iets meer dan twee maanden. De Superprestige is dit seizoen opvallend kort en eindigt al op 2 januari in Gullegem. Renners uiten kritiek op de volle kalender. Verliest het oudste regelmatigheidsklassement van het veldrijden daarmee zijn karakter?

Nieuw logo van de Superprestige
Superprestige 2026–2027.

Een seizoen dat steeds korter wordt

De Superprestige begon op 25 oktober in Overijse en eindigt op 2 januari in Gullegem. De grootste wijziging is de Noordzeecross in Middelkerke, die van februari naar 5 november verhuist. Ruddervoorde verschuift naar 6 december.

Daarmee blijven de acht manches behouden, maar worden ze in een aanzienlijk kortere periode afgewerkt.

DatumWedstrijd
25 oktoberOverijse
5 novemberMiddelkerke
11 novemberNiel
14 novemberMerksplas
6 decemberRuddervoorde
25 decemberHeusden-Zolder
30 decemberDiegem
2 januariGullegem
Cameron Mason tijdens een veldrit
Cameron Mason. Foto: Ibe de Roo.

Iserbyt: van regelmatigheid naar momentopname

Eli Iserbyt uitte onlangs stevige kritiek op de ontwikkeling. Volgens hem liep de Superprestige tien jaar geleden nog van begin oktober tot midden februari. Nu is het klassement volgens hem eerder een momentopname dan een echte regelmatigheidsproef.

Ook Niels Vandeputte, winnaar van de vorige twee edities, ziet problemen. Hij wil graag meerdere klassementen volledig rijden, maar door de opeenstapeling van Superprestige-, Wereldbeker- en X²O-wedstrijden wordt dat steeds lastiger.

De puntentelling maakt overslaan bovendien kostbaar. Een overwinning levert vijftien punten op, een tweede plaats veertien. Wie een wedstrijd mist, krijgt niets.

Een simpel rekenvoorbeeld: een renner die zes keer tweede wordt, verzamelt 84 punten. Een concurrent die vijf wedstrijden wint, maar de andere drie mist, blijft steken op 75 punten. Zelfs vijf overwinningen zijn dus niet altijd genoeg om een constante concurrent voor te blijven.

Lucinda Brand tijdens een veldrit
Lucinda Brand. Foto: Ibe de Roo.

Het veldrijden moet plaatsmaken

Iserbyt ziet een bredere ontwikkeling: het veldrijden moet volgens hem steeds vaker wijken voor het wegwielrennen. Een korter seizoen betekent ook een kortere periode waarin een klassement zichtbaar is voor publiek en sponsors.

Dat roept vragen op over de rol van organisator Flanders Classics, die naast de Superprestige ook grote wegwedstrijden organiseert.

Met de finale op 2 januari is het Superprestige-klassement al vroeg afgerond, ruim voordat het Vlaamse wegvoorjaar begint. Organisatorisch kan dat aantrekkelijk zijn, al is er geen bewijs dat dit de reden achter de kalenderwijzigingen is. Bovendien blijft Flanders Classics ook later in januari betrokken bij het veldrijden.

Wat blijft er over van een regelmatigheidsklassement?

Een compactere kalender kan spannende wedstrijden opleveren, maar maakt het moeilijker om een mindere periode goed te maken. Wie door ziekte of een blessure enkele weken mist, kan meteen een groot deel van het klassement verliezen.

Daarmee raakt de discussie aan de identiteit van de Superprestige. Een regelmatigheidsklassement beloont traditioneel de renner die gedurende een lange periode het meest constant presteert.

Met acht wedstrijden in ruim twee maanden verschuift dat accent. De Superprestige blijft een prestigieuze reeks, maar de vraag van Iserbyt is terecht: hoeveel regelmatigheid kun je nog meten in zo’n kort seizoen?


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *